Anticonceptie na je veertigste

Je gebruikt als vrouw misschien al jaren dezelfde vorm van anticonceptie, dé pil, of een spiraaltje. Maar zo rond je veertigste komen er wel weer wat nieuwe vragen op.  Je wilt er wel zeker van zijn dat je niet (meer) zwanger wordt, maar hoe lang ga je nog door met anticonceptie? En in welke vorm? Ga je door met anticonceptie als je in de overgang terecht komt? Wat zijn de voor- en nadelen van het gebruik van hormonen in de overgang? In dit artikel vind je een overzicht van het gebruik van anticonceptie op middelbare leeftijd.

Tot welke leeftijd gebruik je anticonceptie?

Tot je de overgang hebt gehad. Daarvoor is er nog steeds een kans, hoewel minder groot dan toen je jonger was, dat je zwanger raakt. De leeftijd waarop je in de overgang komt is voor iedereen anders. Gemiddeld komen vrouwen tussen hun vijftigste en tweeënvijftigste levensjaar in de overgang terecht. Maar twee procent van de vrouwen heeft op hun achtenvijftigste de overgang nog niet doorgemaakt.

Hoe weet je of je de overgang voorbij bent?

Als je een jaar lang niet meer ongesteld bent geweest, kun je ervan uitgaan dat je eisprong en menstruatie permanent zijn gestopt. Tenzij je natuurlijk een vorm van anticonceptie gebruikt die de menstruatie kan stoppen, zoals de hormoonspiraal. Met bloedonderzoek is niet te zien of je de overgang voorbij bent.

De overgang begint bij de meeste vrouwen tussen de 45 en de 55 jaar. Je herkent het aan symptomen als:

  • Opvliegers: korte, heftige aanvallen van warmte. Je gaat bijvoorbeeld heftig zweten.
  • Onregelmatige menstruatie met langere tussenpozen. De menstruatie is heftiger of juist minder heftig dan je gewend bent.
  • Vaginale klachten: het slijmvlies van de vagina wordt kwetsbaarder, dunner en vaak ook droger. Hierdoor kan het vrijen pijnlijk worden.

Op het moment dat je een jaar lang niet ongesteld bent geweest, heb je de menopauze bereikt. Overgangsklachten kunnen nog na de menopauze aanhouden. Gemiddeld heeft een vrouw vijf jaar lang last van overgangsklachten.

Gebruik van anticonceptie tijdens de overgang

Als je zeker wilt weten dat je niet zwanger wordt, is het aan te raden om tot minstens een jaar na je laatste menstruatie een vorm van anticonceptie te gebruiken. Dit kan hormonale anticonceptie zijn of anticonceptie zonder hormonen. Hormonale anticonceptie wordt onderverdeeld in twee groepen: combinatiemethoden met de hormonen oestrogeen en progestageen en anticonceptie met alleen het hormoon progestageen.

Het gebruik van een combinatiemethode wordt op latere leeftijd (vanaf je vijftigste) afgeraden, omdat het gebruik hiervan risico’s met zich meebrengt. Onder andere het risico op trombose, hart- en vaatziekten en borstkanker neemt met een combinatiemethode toe naarmate je ouder wordt. Overleg met je arts als je twijfelt of je anticonceptiemethode nog bij je past.

Hormonale anticonceptie met progestageen en oestrogeen zijn onder andere:

  • De combinatiepil
  • De anticonceptiepleister
  • De anticonceptie-ring

Hormonale anticonceptie met alleen progestageen zijn onder andere:

  • Het hormoonspiraaltje (Mirena)
  • Het anticonceptiestaafje
  • De pil met alleen progestageen

Anticonceptie zonder hormonen zijn onder andere:

  • Het koperspiraaltje
  • Condoom
  • Pessarium (eventueel in combinatie met een zaaddodend middel)
  • Sterilisatie van man of vrouw

Het effect van hormonale anticonceptie op de overgang

Als je hormonale anticonceptie gebruikt, is het lastig om te bepalen of je nog kan menstrueren. De bloeding bij de pil in de stopweek is bijvoorbeeld kunstmatig opgewekt. Je weet dus niet of je zonder de pil ook nog ongesteld zou worden. De hormonen kunnen ook de overgangsklachten verbergen. Dat heeft voor- en nadelen.

Als je tijdens je stopweek last hebt van overgangsklachten, is de overgang misschien begonnen. Je kunt dan met je arts bespreken of je kunt overstappen op hormonale therapie voor de overgang.

Als je de hormoonspiraal of de prikpil gebruikt, wordt je soms helemaal niet meer ongesteld (amenorroe). Daardoor is niet vast te stellen of je lichaam nog op een natuurlijke manier kan menstrueren. Als je na het stoppen met deze vorm van anticonceptie toch nog (onregelmatig) een menstruatie krijgt, bestaat er een kans dat je toch nog zwanger kunt worden.

Het is na je vijftigste niet aan te raden om nog anticonceptie te gebruiken met de beide hormonen progestageen en oestrogeen. Anticonceptie met alleen progestageen kun je wel veilig blijven gebruiken. Overleg met je arts of je moet overstappen.

Als je veel last hebt van overgangsklachten, zijn er andere methoden dan hormonale anticonceptie om je klachten te verlichten.

Het gebruik van niet-hormonale anticonceptie tijdens de overgang

Gebruik je een niet-hormonale vorm van anticonceptie, dan kun je makkelijker bepalen of je in de overgang bent en of je de menopauze al hebt bereikt. Vrouwen die geen hormonale anticonceptie gebruiken, ervaren vaker de typische overgangsklachten. Heb je er veel last van, dan kun je met je arts overleggen of je hormonen kunt gebruiken om de klachten te verminderen.

Heb je op je vijfenveertigste een koperspiraal laten inbrengen om zwangerschap te voorkomen? Dan kun je deze tot je tweeënvijftigste laten zitten. Een jaar na je laatste menstruatie kun je de koperspiraal laten verwijderen.

Stoppen met anticonceptie?

Wil je stoppen met anticonceptie of denk je dat je in de overgang bent? Bespreek dan samen met je huisarts wat de beste oplossing is. Daarnaast kan hij of zij je advies geven over het behandelen van overgangsklachten, het risico op bijwerkingen en het eventuele risico op zwangerschap.

  • De kans op een zwangerschap boven je vijftigste is zeer klein, maar zeker niet nul als je minder dan een jaar geleden nog ongesteld was.
  • Het algemeen geldende advies is om tot een jaar na je laatste menstruatie anticonceptie te gebruiken. Daarna ben je onvruchtbaar en kun je niet langer zwanger worden.
  • Met hormonale anticonceptie is het moment van onvruchtbaarheid niet betrouwbaar vast te stellen. In principe kan je rond je tweeënvijftigste stoppen met anticonceptie. Als je stopt en je wordt toch nog ongesteld, dan is het verstandig om tijdens de seks toch een vorm van anticonceptie te gebruiken.
  • Heb je wisselende seksuele contacten? Dan is het gebruik van een condoom sowieso aan te raden.
  • Weet je zeker dat je geen kinderen meer wilt? Dan is het een optie om jou of je partner te laten steriliseren.

Geef een antwoord

Je emailadres wordt niet getoond op de site

Dank je wel!