Follow:

Dát kan dus niet. Doorgeschoten, het vervolg.

Dat het niet eenvoudig is zomaar wat simpele gegevens van je eigen kind bij de gemeente op te vragen was me al duidelijk. Zie de vorige blog. Maar dat de gemeente écht een onneembare vesting is had ik niet voorzien. Hoe Het Verder Ging.

Op mijn vrije dag toog ik al vroeg op pad naar het gemeentehuis, waar de Uiterst Gevoelige informatie zouden worden overgedragen. Hoewel er geen parkeergelegenheid was, was er verder op het gloedjenieuwe gemeentegebouw niet bezuinigd. Mooi hoor, dat wel. De architect heeft zich uitgeleefd met vormen, kleuren en materialen. Ruim, modern, en licht, maar toch met een vriendelijke en warme touch. Het interieur dan.

Zoals vorige week aan de telefoon afgesproken begaf ik mij, bepakt en bezakt met allerlei mogelijke toestemmingsbriefjes, legitimaties en een bewijs van goed burgergedrag en drugsvrije moederurine naar de plaats van bestemming. Gelukkig was mij door de telefoon al het juiste verdiepingnummer doorgegeven, want het gebouw was nogal, eh groot, en bordjes met wát wáár zat kon ik niet vinden. Eenmaal op de juiste etage moest ik ze dan gewoon even bellen, zeiden ze nog, dan kwam er iemand naar me toe.

Echter. Het telefoonnummer dat ik had was natuurlijk geen doorkiesnummer – dom, dat had ik kunnen weten – maar het algemene nummer van de afdeling. Een antwoordapparaat vertelde dat ik het ná 1 september wel weer eens kon proberen. Nu was deze afdeling dicht, gesloten, op vakantie. Einde bericht.

Potver!

De dame achter de dichtsbijzijnde receptie was begripvol en hartelijk. Nee, ze zag me niet als bezoeker aangemeld in het systeem, maar dat kwam waarschijnlijk omdat er achter haar balie  éigenlijk voor afdeling X werd gewerkt in plaats van voor de afdeling waar ik voor kwam. Ze wist niets van een vakantie, de mensen werkten gewoon vandaag. Maar misschien kon ik beter gaan gaan vragen bij de balie op etage 5.

Etage 5 een keer rondgewandeld, van het kastje naar de muur. Ze wisten natuurlijk van niets. U wilt een reizigersvaccinatie, mevrouw? Eh, nee. Dank u. Tenzij het helpt tegen de uitslag die je kunt krijgen van ambtenarenij. En ik werd vrolijk doorgestuurd naar beneden, de centrale balie. Die wisten vast meer.

In de grote hal beneden zag ik de bui al een beetje hangen. Alsof je aan de grens met een vijandelijke natie staat. Nog voor ik de minst stuurs kijkende baliemedewerker mét computer kon aanspreken schoof er een soort vrouwelijke cipier voor me langs: “Kan ik u helpen?” Ik hoop het, glimlachte ik mijn meest onschuldige en vriendelijke “wij vrouwen onder elkaar” glimlach. En ik probeerde het met het hele verhaal, waarom, waarvoor, dat het vooral belangrijk voor mij was maar verder niet zo spannend voor de rest van de wereld. Of ze misschien wist hoe ik de betreffende medewerker kon traceren?

Als er al een uitdrukking op het gezicht tegenover stond was dat er een van onverzettelijkheid en desinteresse. Of ik een naam had van die medewerker. Eh, nou nee, het was een collega van de mevrouw die ik afgelopen week aan de telefoon had, en daar had ik de naam ook al niet van verstaan. Maar ze kon toch wel even bellen met de betreffende afdeling? Met iemand van die afdeling?

Nee. Dat. Kon. Niet. Natuurlijk niet.

Zo flexibel als een robot, maar met minder empathie. Haar collega kwam er ook nog even bij. Nee,  dát kan natuurlijk niet, mevrouw, zomaar even bellen met iemand van die afdeling om me verder te helpen. Ze weten nátuurlijk niet welke afdelingen er allemaal zitten, in dat gebouw, of wie er werken. “Als u geen naam heeft weten wij niets.” En voor behulpzaam zijn of meedenken waren ze overduidelijk ook al niet aangenomen.

(Later, veel later, kan ik wat relativeren. Ik snap een beetje dat een medewerker schaal anderhalf in zijn of haar eerste baantje met zonder vast contract niet vrolijk kijkt én vooral gewoon doet wat is opgedragen. Niks meer of minder. Misschien moet ik vooral gaan klagen over het beleid van de gemeente. Het is een understatement om te zeggen dat dat niet zo efficiënt is en er goed gekeken wordt naar de belangen van de burger. En niet alleen in dit geval.)

Maar op dat moment werd het deze mama even allemaal net wat teveel. Ik twijfelde nog even of ik heel assertief en welbespraakt moest gaan doen om ze op andere gedachten te brengen, maar hé,  ik ben niet voor niets in de IT terecht gekomen in plaats van in de advocatuur, dus ik besloot over te gaan tot plan B. Terug naar de verdieping waar ik gezegd was te moeten zijn, en waar bovendien de receptionistes nog wel menselijk leken.

“Gelukkig zijn er nog mensen zoals wij”, verkondigden deze dames tegen elkaar, nadat ze mijn traantjes hadden gedroogd, me valium hadden gegeven en vrolijk hadden gemopperd op Het Beleid en ze belde even met een van de dames die ze wel kende op die andere afdeling. Mijn dankbaarheid kende geen grenzen.

En toen begon het te rollen. Ik heb tien minuten in de zachte kleurige stoelen gezeten, een poging gedaan om mijn ademhaling weer onder controle te krijgen en ondertussen nog eens goed gekeken naar wat er zoal door te gangen liep. Hele normale werknemers, met pasjes en toegangsbatches, een aantal bezoekers en, op de een of andere manier, héél veel bewaking. En uiteindelijk kwam er een aardige dame op me af die wist waar het over ging. Nadat ik op de kruisjes had gekrabbeld en mijn toestemmingsformulieren had overhandigd, kreeg ik eindelijk waar ik voor kwam. En toen ben ik heel hard naar buiten gerend, met mijn buit diep in mijn tas gestopt. Die pakten ze mij niet meer af.

Eenmaal buiten op een bankje middenin de drukke stad bekeek ik de buit. Een witte envelop met dreigende letters: Medisch Geheim. Binnenin een mapje met een stuk of 6 velletjes papier, bedrukt met grafieken. Groeigrafieken, de standaard grafieken die iedereen kan downloaden van het internet, met lijnen voor gemiddelden, ondergewicht, bovengewicht, lengte. Op slechts twee van de a4-tjes waren gegevens ingevuld. Om precies te zijn, twéé keer twee keer twee gegevens. Op 2 september 2011 woog mijn kind 25 kilo en was het 140 cm lang. Op 9 oktober 2015 was het 32 kilo en 150 cm(*). Eén fokking streepje was er gezet in die grafiek, tussen de twee getallen van lang geleden.

Het hele avontuur was meer dan Mr. Bean – waardig.  Als ik vooraf had geweten hoeveel moeite dit me zou kosten en hoeveel het opleverde, had ik zelf een educated guess gedaan.

(*) vanwege de privacy van mijn kind heb ik het aantal kilo’s en centimeters enigzins gewijzigd 🙂

Share on
Previous Post Next Post

Lees ook