Follow:

R.I.P. poes – of hoe het verder ging met onze zieke kat

Poes Fien

Fien, onze mooie witte poezendame van bijna zeven lentes jong, werd vrijdag opeens erg ziek. Achteraf gezien had ze waarschijnlijk al wel iets langer klachten, maar poezen zijn enorm goed in (zich) niet laten zien als ze zich minder prettig voelen. Erg actief was ze nooit, ons dikke witte aaibare vloerkleedje, maar dat ze direct op haar volle etensbak kwam afrennen was natuurlijk wel een beetje verdacht.

Nader onderzoek wees uit dat ze een ernstige bloedarmoede had. De oorzaak was onduidelijk. FeLV FIV, de niet behandelbare besmettelijke virussen werden uitgesloten. In de hoop dat het een behandelbaar virus zou zijn kreeg ze een kuur met corticosteroïden en antibiotica pillen. Verder wat krachtvoer in het bekkie, warm houden, rust geven en veel liefde. Op zaterdag kreeg ze een opleving, maar geen fijne. Mauwen, wist niet hoe ze moest liggen. Weer naar de dierenarts die opnieuw wat testjes deed. Het bloed was niet verslechterd, de koorts omgeslagen in ondertemperatuur. We twijfelden enorm: nu een spuitje of toch nog even doorgaan met proberen. Omdat het eten dat we haar voerden er toch nog goed in leek te gaan probeerden we. We namen haar weer mee naar huis en gaven nog wat voer, wat pillen, wat knuffels.

Het verdriet van de kinderen

De kinderen waren blij met dit goede nieuws, er waren voor vertrek naar de dierenarts al wat traantjes gevloeid. Nu ben ik tegenwoordig ook een emotioneel wrak, ik huil snel. En als ik dan zo’n betraand, geschrokken gezichtje zie dan houd ik het zelf ook niet meer droog. Zit ik daar een beetje met een brok in mijn keel en zere ogen van het vegen mijn kinderen alle dooddoeners en open deuren over zieke huisdieren te vertellen. Niet onwaar, dat zeker niet. Mijn verstand is het er helemaal mee eens, maar dat wil niet zeggen dat mijn hart er zo over denkt. En als je niet alleen met het mogelijk verlies van een huisdier maar ook nog met hele verdrietige kinderen te maken hebt is het allemaal wel lastig.

Suf

Zondagavond lagen we op de bank. Man naast me, poes op mijn buik, zoals we heel vaak deden samen de afgelopen zeven jaar. Een lekker warm plekje voor haar, en ze leek het ook fijn te vinden, onze nabijheid. Ze lag rustig, maar o zo slap. Af en toe tilde ze een kopje op, of probeerde ze naar de drinkbak te krabbelen. Waar ze te suf was om haar kinnetje er weer uit te tillen. Eten kregen we er ook niet meer in. We namen al een beetje afscheid van haar, verwachtten half en half dat ze maandagochtend dood in haar mandje zou liggen.

Niet dus. Ze lag beneden op me te wachten en keek me redelijk helder aan. Het lijf daarentegen wilde steeds minder. De afspraak voor de dierenarts werd weer gemaakt.

Een graf in de tuin

Ik heb mezelf een dagje vrij van werk gegeven. De ene helft van de dag met poes op mijn buik naar Netflix liggen kijken, de andere helft bezig geweest met praktische zaken. Tegen het advies van man in (“de grond is te hard, het heeft gevroren”) heb ik me onder het mom van “als ze toch opknapt zetten we er een leuke plant in” uitgeleefd met de schop en schep om een grafkuil tussen de struiken in de tuin te maken. Ik moet zeggen, van een beetje fysiek werk knapt zo’n druilhoofd wel op.

Die avond bij de dierenarts bleek het inderdaad een verloren zaak. We hebben haar naar de kattenhemel laten gaan. Fijner zo, voor het beest. Maar er is menig traantje gelaten. Nu storten we ons met al onze poezenliefde op de andere kat, broer Nap. Het kan schijn zijn, maar ook hij lijkt er wat verloren bij te lopen vandaag, in huis.

Share on
Previous Post Next Post

Lees ook