Follow:

De zaterdagmiddagvampier

Gij zult niet op zaterdagmiddag gaan winkelen, was één van de geboden die ik mezelf heb gegeven, toen ik de veertigurige kantoorslavernij vaarwel zei en zelf kon beslissen wanneer ik kleding ging kopen. Maar er is altijd wel wat, en dit keer was het mijn dochter. Zo aan het begin van het schooljaar bleek er hoge nood aan het kopen van een nieuwe sportbroek. Ze heeft een prachtig maar wat slanker dan gemiddeld figuur en de broeken die lang genoeg zijn blijven dan meestal niet in haar taille hangen als ze hard heen en weer springt. Niet online kopen, dus. Er moest worden gepast. In de winkel.Winkelend publiek massa

En zo liepen wij op zaterdagmiddag in Hét Winkelcentrum. Genoeg keus aan winkels. Een leuk aangekleed winkelcentrum is het ook. Met overkappingen en planten, en in het midden van de wandelgoot een paar bankjes om lekker je Hema-worst op weg te knauwen, te gaan zitten flikflooien met je puberale vriendje of uitgebreid bijkletsen met je bejaarde buurvrouw. Er was ook genoeg,wat zeg ik, méér dan genoeg winkelend publiek op de vierkante meter. Van die héle langzame. Mensen die niet vooruit komen, of opeens van richting veranderen en heel veel ruimte innemen. Scootmobielrijders, kinderen die nog maar nét kunnen lopen, gezelligheidszoekers die elkaar midden op straat tegenkomen en daar dan ook vier man breed blijven staan.

Dochter en ik zigzagden wat tussen de opstoppingen door en kwamen redelijk vooruit. Tot ik een héle dikke, beetje ordinaire boos kijkende vrouw op me af zag komen. Ik probeerde lichamelijk contact met deze tegenligger handig te voorkomen door een stap opzij te doen, waarbij ik mijn heupen nog een zwaai extra opzij gaf…

… en <*&&^$&#@^$!> hardhandig werd tegengehouden door een… ja wat? Pijn deed het wel. Het bleek een – lang leve de jeugd op Het Winkelcentrum – kapot getrapte prullenbak, waarvan de sluiting met twee gemene ijzeren pinnen nét wat verder naar buiten stonden dan de rest van die bak. En daar was ik dus met mijn bovenbeen ingelopen.

“Mama, ze kijken allemaal naar ons”, giechelde dochter. Dat begreep ik wel, aangezien mijn vocabulaire op dat moment niet heel keurig was. Zelfs de pas aangekomen asielzoekers moeten toch wel een beetje een idee hebben gehad van de strekking van mijn woorden.  We glipten snel een winkel in om aan de blikken te ontkomen en om in een donker hoekje de schade aan bovenbeen op te nemen. Mijn jurk was heel, maar in mijn bovenbeen stonden twee perfecte, donkerrode gaatjes. Niet al te groot maar best diep. Alsof ik door een vampier te pakken was genomen.

Inmiddels is het beeld wat verpest, omdat er onder die gaatjes een flinke blauwgeelpaarse bult is ontstaan. Ik bespaar jullie de foto. De foto heb ik overigens wel in mijn agenda gezet. Op elke zaterdagmiddag vanaf nu. Gij zult niet gaan winkelen.

Share on
Previous Post Next Post

You may also like